Wat we van planten kunnen leren
De afgelopen maanden las ik het boek The Light Eaters van Zoë Schlanger. Het bleek zo’n heerlijk boek dat je een nieuwe bril geeft om dingen door te zien. Het nam me mee in de wondere wereld van planten en liet me zien op welke manieren planten samen werken (ook met insecten), hun omgeving observeren (soms lijkt het letterlijk, met “ogen”), en soms op werkelijk ingenieuze wijze zorgen voor hun nageslacht.

Als kind al was ik graag bezig met en in de natuur. Ik speelde graag in onze achtertuin waar mijn moeder ook haar moestuin had. Ik had een grote liefde voor bomen en herinner me nog duidelijk de geur van de grote den die naast mijn hut stond aan de Kerkstraat in Wognum, waar ik ben opgegroeid. Er groeide een (voor mijn gevoel) machtige hedera en we maakten van de besjes een soep. Toen ik later zelf de natuur in trok kwam daar de liefde voor vogels maar ook insecten nog bij.
Misschien heb ik een kans gemist door geen biologie maar informatica te studeren, maar ik kan nu wel lekker deze blogpost publiceren via een heel chille static site generator.
Maar wat ik vooral heb geleerd is hoeveel we nog niet weten.
De mensen achter curieuze ontdekkingen
In het boek komen verschillende wetenschappers naar voren, in levendige karakters uitgeschreven. Schlanger omschrijft op een fijne manier de mensen achter de materie en daarom is het ook makkelijker je in te leven in de theorie.
Na een karakterschets komt de bijbehorende theorie en de implicaties deze kan hebben voor ons denken. Meer dan eens komen er wetenschappers voorbij die een ontdekking hebben gedaan die ten tijde van het onderzoek niet in lijn was met de tijdsgeest, en daarom ook geen wortel schoten.
David Rhoades
Zo begint het boek met het verhaal van David Rhoades, zoöloog en chemicus aan de universiteit van Washington. Hij publiceerde een paper die een einde zou maken aan zijn carrière doordat hij een ontdekking deed die niemand geloofde, of wilde onderschrijven.
Hij kwam er achter dat het bos van de universiteit geteisterd werd door zogenoemde tentrupsen. Je weet wel, van die rupsen die kenmerkende zijden tenten bouwen in boomtakken. Ze zijn tevens familie van de eikenprocessierups waar we in Nederland veel last van hebben.
Hij observeerde en zag na verloop van tijd dat de rupsen subiet stopten met knabbelen en zelfs stierven. Doordat de rupsenpopulatie zo snel terug liep was Rhoades geprikkeld. Hoe doofde de populatie zo abrupt uit? Het antwoord dat Rhoades vond werd in die tijd zeer onwaarschijnlijk bevonden.
Hij vermoedde dat de bomen met elkaar communiceerden. Het interessante was dat de bomen te ver van elkaar af stonden om communicatie via de wortels als verklaring te geven. Dit was toen namelijk al wel een geaccepteerde verklaring. Toch leken de bomen voorbereid te zijn op de komst van de rupsen, en zich zo te kunnen verweren. De enige verklaring die Rhoades kon bedenken was dat de bomen informatie uitwisselden via de lucht, dus via feromonen! Hij kon niet anders dan zijn paper te besluiten met een jubelende zin:
This suggests that the results may be due to airborne pheromonal substances! [1]
Toch zou het nog jaren duren voordat mensen Rhoades zouden geloven. In mijn zoektocht naar David Rhoades kwam ik nog een geinige podcast tegen over hem.
Tijdsbesef
Het boek heeft een mooie woordkeuze en speelt met het concept tijd. Het maakt invoelbaar dat planten en bomen op een andere tijdschaal opereren dan wij.
I stepped out onto the porch. The beard lichen that clung to a white birch beside me looked as though it had slinked with great purpose up the young tree, sheathing its trunk like a tube sock. It was advancing scruffily too along the lower branches. I had the dreamlike sense that it had cunningly frozen in place just in time for my glance.
Het niet weten
Hoe meer we accepteren dat we niet alles weten, en waarschijnlijk überhaupt niet alles over de natuur kunnen weten, hoe meer de noodzaak ontstaat haar te koesteren. Door haar te zien voor wat ze is, een complex systeem met daardoor een immense schoonheid en grote dynamiek, ontstaat er urgentie.
In het boek worden talloze manieren geïllustreerd waarop planten zich aanpassen aan hun omgeving, en erin op gaan. Een groot gedeelte van het boek gaat over het spanningsveld dat er heerst in de wetenschap omtrent het antropomorfiseren van planten.
Kan je planten intelligent noemen? Mogen we zeggen dat ze:
- Communiceren?
- Nadenken?
- Voelen?
Ons referentiekader als het gaat om intelligentie is er eentje waarin we denken aan gecentraliseerde intelligentie, middels een brein. Alleen zijn planten op een andere manier intelligent. Veel dingen worden decentraal opgelost. In veel gevallen komt de plant dat goed uit want daardoor is ie ook minder kwetsbaar.
Antropomorfiseren helpt begrijpen
Wetenschappers zijn vanuit beroepsdeformatie vaak geneigd tot het vermijden van het toedichten van menselijke eigenschappen aan planten. Dit leidt soms tot onbegrijpelijke taal in artikelen:
“In a 2015 paper, anthropologist Natasha Myers noted that botanists were so wary of avoiding any whiff of anthropomorphic language that they resorted to ridiculous formulations to describe plants’ lives. Instead of the plant “storing” starch and “mobilizing sugars” throughout the night, they wrote about how “the time of day of starch degradation is altered.” A plant doesn’t “react,” instead it “is affected.” The cardinal grammatical sin of passive voice is all over these botany papers.”
De schrijver raadt aan om af en toe planten juist wel te antropomorfiseren, om de materie tasbaarder, begrijpbaarder te maken. Maar dan wel te spreken van plant-intelligentie om duidelijk te maken dat het niet gaat over menselijke intelligentie.
“Vooruitgang”
Dan hoe dit boek mijn blik op de huidige tijd veranderde. In onze maatschappij focussen we vooral op “vooruitgang”, dus hoe kunnen we productiever zijn, nieuwe dingen uitvinden. We zetten ondernemers op een voetstuk, terwijl het succes dat ze behalen eigenlijk mogelijk wordt gemaakt door de mensen die ze in dienst hebben. Al deze pogingen voelen zo ijdel als je leest over wat de natuur allemaal kan. De rabbitholes waar je in terecht komt als je je begint in te lezen over hoe complex het wel niet is.
De natuur is niet te evenaren
Dit boek liet me inzien dat hoe meer je je verdiept in de natuur, hoe «««< HEAD onwaarschijnlijker het voelt dat we technieken uitvinden die zo geraffineerd zijn als de planten die we dag in dag uit om ons heen hebben. We zullen de natuur nooit evenaren. Planten zijn zo extreem efficiënt. ======= onwaarschijnlijker het voelt dat we technieken zullen uitvinden die zo geraffineerd zijn als de planten die we dag in dag uit om ons heen hebben. We zullen de natuur nooit evenaren. Planten zijn zo extreem efficiënt.
5c5db72 (fix: typo)
En dat maakt dat je je nietig voelt. Maar aan de andere kant stemt het me op een gekke manier ook vrolijk, heel mijn leven lang kan ik me verdiepen in de natuur, en ik zal nooit alles weten, er blijft altijd iets te ontdekken.
Referenties
[1] David F. Rhoades, “Responses of Alder and Willow to Attack by Tent Caterpillars and Webworms: Evidence for Pheromonal Sensitivity of Willows,” in Plant Resistance to Insects, ed. Paul A. Hedin (Washington, DC: American Chemical Society, 1983), 3.